Het saldo van de algemene dekkingsmiddelen stijgt met bijna € 8,4 miljoen naar ruim € 260 miljoen voordelig. Dit wordt veroorzaakt door € 0,9 miljoen lagere lasten en € 7,5 miljoen hogere baten. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Bijstellingen x € 1.000 | Lasten | Baten |
|---|---|---|
Hogere lasten nog te bestemmen middelen | 696 | - |
Hogere baten gemeentefonds | - | -7.213 |
Lagere lasten en hogere baten eigen financieringsmiddelen | -1.568 | -501 |
Lagere winstuitkering De Beemster Compagnie (DBC) | - | 209 |
Totaal lasten en baten | -872 | -7.505 |
TOELICHTING EXPLOITATIE
In het onderdeel nog te bestemmen middelen is een aantal collectieve stelposten voor de gemeentebegroting opgenomen. In deze Najaarsnota vindt er op onderstaande onderwerpen een gezamenlijke bijstelling plaats van bijna € 0,7 miljoen.
Op basis van de jaarrekening 2024 zijn de kapitaallasten 2025 bepaald. In deze Najaarsnota zijn de kredieten 2025 geactualiseerd. In de Voorjaarsnota 2025 was rekening gehouden met een voordeel van € 0,7 miljoen. Daarnaast was er in de Programmabegroting 2025 een stelpost opgenomen voor vertraagde investeringen van € 0,42 miljoen. Deze stelposten zijn teruggedraaid, zodat er per saldo nog een voordeel resteert van € 0,86 miljoen. Dit voordeel is toegevoegd aan de begrotingssaldo.
In de Voorjaarsnota 2025 is besloten om een structureel budget van € 400.000 beschikbaar te stellen voor functie-inpassingen binnen de ambtelijke organisatie. Dit bedrag is overgeheveld naar het overzicht 'overhead' voor verdere uitwerking. Hoewel het om een budgettair neutrale wijziging gaat, resulteert dit in lagere lasten binnen de algemene dekkingsmiddelen.
De inkomsten uit het gemeentefonds stijgen ten opzichte van de Voorjaarsnota 2025 met bijna € 7,2 miljoen waarmee het totale fonds voor 2025 voor Purmerend uitkomt op € 232,5 miljoen. De stijging wordt veroorzaakt door ontwikkelingen in de mei- en septembercirculaire 2025.
Tabel samenvatting stijging omvang gemeentefonds uit de mei- en septembercirculaire 2025
Onderdeel (x € 1.000) | Bedrag | I/S | Programma |
1a. Taakmutaties (TM) en integratie (IU)/decentralisatie/suppletie-uitkeringen (DU) (budgetneutraal): | |||
1. Ontvangst bijdrage voor Invoerings/uitvoeringskosten omgevingswet (DU) en vrijval reservering | 9 | I | 01. Publiekdiensten/ |
2. Beschermd wonen (IU), loon-, prijs en volumebijstelling | 318 | S | 02. Samenleving |
3. Participatie (IU), loon- en prijsbijstelling en compensatie loonkostensubsidie | 522 | S | 02. Samenleving |
4. Kinderopvang pleegouders (TM) | 13 | S | 02. Samenleving |
5. IBO problematische schulden (TM) | 78 | I | 02. Samenleving |
6. Alleenverdienersproblematiek (DU) | 117 | I | 02. Samenleving |
7. Bommenregeling (SU) | 23 | I | 04. Milieu |
1b. Financieel effect 2025 (begrotingssaldo): | |||
- Meircirculaire 2025 (brief 1615501) | 870 | ||
- Septembercirculaire 2025 (brief 861068) | 4.273 | ||
- Bijstelling gemeentefonds oude jaren 2023 en 2024 | 990 | ||
Totaal omvang/bijdrage gemeentefonds | 7.213 | ||
Hieronder worden alleen de taakmutaties en integratie- en decentralisatie uitkeringen toegelicht die groter zijn dan € 100.000.
1. Invoerings/uitvoeringskosten omgevingswet (DU)
In de Voorjaarsnota 2024 van Purmerend is rekening gehouden met vergoedingen voor de uitvoeringskosten van de Omgevingswet voor de jaren 2024 en 2025. Het Rijk heeft de middelen voor de uitvoering van de Omgevingswet nu ook voor 2025 beschikbaar gesteld. Deze inkomst wordt nu in mindering gebracht (€ 348.000) op de hiervoor opgenomen reservering binnen het gemeentefonds, die € 339.000 betrof. Dit bedrag is bedoeld om ter ondersteuning bij de verdere implementatie van de Omgevingswet en het zorgdragen voor het aansluiten, oefenen en inregelen hun processen en dat er wordt voldaan aan de wettelijke eisen. De totale toegezegde compensatie van € 410 miljoen, zoals afgesproken in het coalitieakkoord van 2022, is hiermee volledig uitgekeerd. Gemeenten kunnen nu beoordelen of deze middelen voldoende toereikend zijn voor de verdere inrichting en borging van hun uitvoeringstaken. De VNG blijft de voortgang en financiële effecten van de wet nauwgezet monitoren.
2/3. Beschermd wonen en participatie (IU)
Aan de budgetten beschermd wonen en participatie is de prijs- en loonindex aangepast naar het prijspeil 2025 met respectievelijk 5% en 5,2%. Het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen en het bijbehorende woonplaatsbeginsel worden niet in 2026 ingevoerd. In 2026 blijft Purmerend als centrumgemeente het budget voor de regio ontvangen. Ook is het beschermd wonen geïndexeerd voor volume (+0,81%). De hogere gelden zijn toegevoegd aan de beleidsvelden Maatschappelijke Ondersteuning en Werk en inkomen.
Verder is er een structurele tegemoetkoming verwerkt voor de infrastructuur van sociale ontwikkelbedrijven en compenseert het Rijk ons voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel in de sociale werkvoorziening. Het demissionaire kabinet stelt voor de periode 2025–2027 ruim € 110 miljoen beschikbaar ter compensatie van de forfaitaire loonkostensubsidie. Beschut Werk Onderzoek heeft aangetoond dat de huidige loonwaardesystematiek vaak leidt tot een te lage subsidie. Deze wijziging vereist een wetsaanpassing, die naar verwachting in 2028 ingaat. Tot die tijd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage beschut werk via de integratie-uitkering Participatie. De hogere gelden zijn toegevoegd aan het beleidsveld Werk en inkomen.
6. Alleenverdienersproblematiek (DU)
Huishoudens die te maken hebben met de alleenverdienersproblematiek kunnen worden ondersteund via individuele bijzondere bijstand. In de periode 2025–2027 biedt de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeenten de mogelijkheid om een vaste tegemoetkoming toe te kennen aan alleenverdienersgezinnen. Dit geldt voor huishoudens die door een ongunstige combinatie van regelingen onvoldoende toeslagen ontvangen en daardoor onder het bestaansminimum leven. Ter ondersteuning hiervan wordt een incidenteel bedrag van bijna € 117.000 toegekend en gereserveerd als claim gemeentefonds
De financiële effecten worden hieronder toegelicht en zijn (deels) ook terug te vinden in de raadsbrieven van mei (1615501) en september (861068).
Tabel verloop financieel effect circulaires 2025
Omschrijving (bedragen x € 1.000) | September-circulaire | Mei- | Totaal |
1a. Voorschot BCF-plafond 2025 | 2.178 | - | 2.178 |
1b. Vaststelling BCF-plafond 2024 | - | -577 | -577 |
2. Accresontwikkeling (volume en prijs) | - | 1.665 | 1.665 |
3. Maatstaf lage inkomens met drempel | 1.298 | - | 1.298 |
4. Tekorten Jeugdzorg en Hervormingsagenda jeugd | - | -1.518 | -1.518 |
5. Vrijval onderzoeksagenda | - | 1.300 | 1.300 |
6. Hervormingsagenda jeugd 2023 en 2024 | 255 | - | 255 |
7. Overige ontwikkelingen (m.n .verkiezingen) | 543 | - | 543 |
Totaal financieel effect/begrotingssaldo circulaires | 4.273 | 870 | 5.144 |
8. Bijstelling gemeentefonds oude jaren 2023 en 2024 | 990 | ||
Totaal financieel effect/begrotingssaldo (voordelig) | 6.134 |
1a/b. Ontwikkelingen BCF Plafond
Voorschot BCF plafond 2025
Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor het jaar 2025 € 428 miljoen. Dit betekent voor Purmerend een voordeel van circa € 2,2 miljoen in 2025.
Vaststelling BCF plafond 2024
Purmerend kan de btw die we moeten betalen declareren bij het Rijk via het Btw compensatiefonds. Dit fonds heeft een plafond. Declareren de gezamenlijke gemeenten méér dan er in het Btw compensatiefonds beschikbaar is, dan moet het gemeentefonds bijpassen. Blijft er geld over, dan vloeit dit terug naar het gemeentefonds. In de Septembercirculaire 2024 werd al een voorschot van € 447 miljoen uitbetaald. De definitieve berekening BCF ligt € 115 miljoen lager en dit bedrag wordt in 2025 incidenteel onttrokken aan het gemeentefonds. Dit betekent voor Purmerend een nadeel van circa € 0,6 miljoen in 2025.
2. Accresontwikkeling (volume en prijs)
Het uitgangspunt is dat het Gemeentefonds meerjarig meegroeit met de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp). De indexatie wordt daarbij gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Het volumedeel is gebaseerd op het historische gemiddelde van de bbp-groei over acht jaar. Het prijsdeel (LPO-deel) groeit mee met de inflatie en volgt het prijsniveau van het bbp in het lopende jaar. Bij een hogere inflatie stijgt dit deel van de uitkering, bij een lagere inflatie daalt het evenredig mee. Vanwege een hogere inflatieverwachting vanaf 2025 is de raming van het prijsdeel van het bbp naar boven bijgesteld. Zoals gebruikelijk is bij de actualisatie van het accres in de Voorjaarsnota 2025 door het Rijk rekening gehouden met de meest recente economische cijfers uit het Centraal Economisch Plan (CEP). Het volumedeel bestaat uit de jaarlijkse groei van het gemeentefonds door de ontwikkeling van de economie en is bedoeld om de kosten van beleidsintensiveringen en bevolkingsgroei op te vangen. Dit leidt tot een hoger budget als gevolg van prijs- en volume. Het volume- en prijsdeel van circa € 1,7 miljoen is toegevoegd aan het begrotingssaldo. Overigens constateren we dat het definitieve prijsaccres de afgelopen jaren achteraf gemiddeld 1% hoger wordt vastgesteld. Aangezien het accres structureel doorwerkt, leidt dit tot een tekort aan toegekend prijsaccres. Het Rijk voert hierbij geen nacalculatie uit.
3. Maatstaf lage inkomens met drempel
De verdeelmaatstaf ‘huishoudens met een laag inkomen’ binnen het gemeentefonds geeft aan in hoeverre een gemeente relatief veel huishoudens met een laag inkomen heeft ten opzichte van andere gemeenten. In juni heeft het CBS deze maatstaf geactualiseerd op basis van voorlopige cijfers. Sinds de invoering bij de herijking van het gemeentefonds in 2023 blijkt deze maatstaf gevoelig voor jaarlijkse schommelingen, mede door het grote financiële volume dat ermee gepaard gaat. Voor Purmerend laat de actualisatie een aanzienlijke stijging zien, wat leidt tot een verhoging van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor 2025 betekent dit een voordeel van circa € 1,3 miljoen. Dit structurele effect is verwerkt in de Programmabegroting 2026.
4. Tekorten Jeugdzorg en Hervormingsagenda jeugd
In het rapport Groeipijn heeft de commissie Van Ark berekend dat het tekort op de jeugdzorg in 2024 is opgelopen tot € 828 miljoen. In de Voorjaarsnota heeft het Rijk aangekondigd de komende jaren de helft van dit bedrag – € 414 miljoen – voor zijn rekening te nemen. Deze middelen zijn vanaf 2025 verwerkt in de huidige circulaire. In de Voorjaarsnota 2025 heeft de gemeente hierop al geanticipeerd door de jeugdzorg af te bakenen met een gerichte stelpost. Daarnaast zijn de middelen die door het Ministerie van Financiën op de aanvullende post voor de Hervormingsagenda jeugd waren gereserveerd, inmiddels toegevoegd aan het gemeentefonds. In de Programmabegroting van Purmerend was ook hiervoor al een stelpost opgenomen vanaf 2026, gebaseerd op de verwachte rijksbijdrage voor jeugdzorg conform de financiële reeks uit de Hervormingsagenda jeugd. Nu deze middelen structureel aan het gemeentefonds zijn toegevoegd, vervalt de oude richtlijn jeugdzorg. Deze stelpost wordt nu weer uit de raming van de Programmabegroting gehaald. Financieel leidt dit tot een nadeel voor 2025 van circa € 1,5 miljoen:
Bedragen x € 1.000 | 2025 |
|---|---|
Tekorten voor rekening Rijk en hervormingsagenda jeugd | 2.105 |
Verlagen stelposten Jeugdzorg | -3.623 |
Extra middelen jeugdzorg (nadelig) | -1.518 |
5. Vrijval onderzoeksagenda
Sinds 2023 is de herverdeling van het gemeentefonds van kracht. Zowel de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) als de VNG hebben aangegeven dat het nieuwe verdeelmodel een verbetering is ten opzichte van het oude, maar dat aanvullend onderzoek noodzakelijk blijft. Deze vervolgonderzoeken zijn inmiddels grotendeels afgerond. Op basis daarvan wordt verwacht dat het verdeelmodel en de bijbehorende suppletie-uitkering in 2027 worden aangepast. Als gevolg hiervan kan de eerder opgenomen reservering van € 1,3 miljoen voor 2025 komen te vervallen.
6. Hervormingsagenda jeugd 2023 en 2024
In vervolg op de afspraken die dit voorjaar zijn gemaakt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), heeft het kabinet besloten gemeenten te compenseren voor de incidentele tekorten in de jeugdzorg over de jaren 2023 en 2024. In de Voorjaarsnota 2025 was al rekening gehouden met een ontvangst van € 3,5 miljoen. In de Programmabegroting 2026 is in lijn met het VNG begrotingsadvies de compensatie ingezet voor het gat in 2027. Het restant in 2025 van € 0,26 miljoen wordt toegevoegd aan het begrotingssaldo.
7. Overige ontwikkelingen
De hogere inkomsten in dit onderdeel wordt voornamelijk veroorzaakt door de extra middelen in de septembercirculaire 2025 voor verkiezingskosten. Op 29 oktober 2025 vinden vervroegde Tweede Kamerverkiezingen plaats, als gevolg van de val van het kabinet-Schoof. Deze tussentijdse verkiezingen brengen aanzienlijke organisatorische en financiële lasten met zich mee. In reactie hierop heeft het kabinet besloten om eenmalig € 60 miljoen (Purmerend ruim € 0,3 miljoen) extra beschikbaar te stellen specifiek voor de organisatie van deze verkiezingen. In programma 1 Publiekdiensten zijn de kosten voor deze verkiezingen bijgesteld.
8. Nabetalingen over vorige jaren (2023 en 2024)
De nabetaling over 2023 voor Purmerend is € 97.000 hoger dan begroot door de vaststelling van de uitgavenmaatstaf inwoners met laag opleidingsniveau;
De hogere nabetaling van € 893.000 over 2024 betreft voorlopige vaststellingen van de maatstaven leerlingen (V)SO, bijstandsontvangers, lage inkomens met drempel en een lagere uitkeringsfactor (-2 punt).
Alle afwijkingen zijn incidenteel van aard.
We zien al geruime tijd bij de investeringsactiviteiten dat de uitgaven per jaar stijgen maar achter blijven op de ramingen. Door het verschuiven van de investeringen en een lager investeringsvolume per jaar ontstaat er een financieringsvoordeel op de leningenportefeuille voor de jaren tot en met 2026. Voor de jaren daarna geldt dat het investeringsprogramma hoger wordt. Om deze behoefte te financieren trekt Purmerend langlopende leningen aan. De financieringsbehoefte van de gemeente wordt gedurende het jaar primair afgedekt met kasgeldleningen, waarbij rekening wordt gehouden met de wettelijke kasgeldlimiet. In de Programmabegroting 2025 is uitgegaan van het aantrekken van vaste geldleningen tot een maximum van € 66,4 miljoen. Tot op heden is de financieringsbehoefte opgevangen met kortlopende leningen, die momenteel circa 1,5% voordeliger zijn dan langlopende leningen. De financieringsbehoefte ligt lager voornamelijk als gevolg van lagere investeringsuitgaven en hogere inkomsten (o.a. gemeentefonds en specifieke uitkeringen).
Op basis van de geactualiseerde liquiditeitsplanning wordt verwacht dat pas in november een langlopende lening zal worden aangetrokken. Deze verschuiving leidt tot een rentevoordeel doordat langer gebruik wordt gemaakt van de goedkopere kasgeldfinanciering. Dit voordeel maakt samen met de rentevergoeding over de VPB onderdeel uit van het totale financieringsvoordeel en resulteert per saldo in een voordeel op de financieringsmiddelen in 2025 van € 2,1 miljoen.
De Beemster Compagnie (DBC)
De grondexploitatie De Nieuwe Tuinderij Oost is afgesloten en de winst € 2.311.295,50 is uitgekeerd naar de vennoten. Dit is een klein verschil met het geraamde bedrag in de Programmabegroting 2025 van € 2,52 miljoen. De Programmabegroting is daarop aangepast.
Het saldo van het overzicht Overhead stijgt met € 2,1 miljoen tot ruim € 37,4 miljoen nadelig. Dit wordt veroorzaakt door € 2,2 miljoen hogere lasten en € 0,1 miljoen hogere baten. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Lasten | Baten | |
|---|---|---|
Actualisatie personele kosten | ||
De loonkosten zijn geïndexeerd en de verdeling van de loonkosten op de programma's zijn integraal bijgesteld zodat deze per beleidsveld een betere weergave zijn van de werkelijke personele inzet. Dit leidt tot hogere lasten. | 135 | - |
Overhead SPUK's | ||
Er zijn hogere overheadlasten geraamd voor werkzaamheden die gedekt worden uit specifieke uitkeringen (SPUK). Hier tegenover staat een hogere baat op programma 2 omdat op dat programma de bijbehorende SPUK-baten worden verantwoord. Per saldo is dit budgettair neutraal. | 810 | - |
Functie inpassingen ambtelijke organisatie | ||
In de Voorjaarsnota 2025 is besloten om een structureel budget van € 400.000 beschikbaar te stellen voor functie inpassingen binnen de ambtelijke organisatie. Voor het jaar 2025 is het budget verdeeld in twee delen: € 200.000 voor de invoering van HR21 en € 200.000 voor het uitvoeren van functie inpassingen. Vanaf 2026 wordt het volledige bedrag van € 400.000 structureel ingezet voor functie inpassingen. Het budget is ondergebracht onder de overhead, zodat het team P&O dit budget kan bewaken en inzetten voor de beoogde inpassingen. Definitieve toerekening aan programma’s vindt plaats na formele besluitvorming over de inpassingen. Het gaat om een budgettair neutrale wijziging, maar leidt tot hogere lasten binnen de overhead. | 400 | - |
Vorming en opleiding | ||
Binnen de organisatie is een grote inhaalslag gemaakt met betrekking tot het opleiden van personeel. Dit leidt tot hogere lasten. | 166 | - |
Centraliseren van aanschaf werkkleding | ||
Er is besloten om werkkleding centraal te laten regelen door facilitair. Dit betreft een budgetneutrale overheveling vanuit de andere programma's. | 138 | - |
Regio Deal Waterland | ||
Er is een budget beschikbaar gesteld ten behoeve van de aanloopkosten voor de regiodeal. Dit budget hoort niet op de overhead, maar op programma 9 Economie. | -100 | - |
Dotatie voorziening RVU | ||
Er heeft een dotatie aan de voorziening RVU plaatsgevonden. Dit zorgt voor hogere lasten. Daarnaast vindt er in 2025 een onttrekking plaats uit de voorziening. Dit zorgt voor hogere baten, alsmede hogere lasten door uitbetaling aan de medewerkers RVU. | 227 | -55 |
Actualisatie MJOP | ||
Het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is geactualiseerd op basis van de meest recente inspecties. De actualisatie omvat zowel het dagelijks als het planmatig onderhoud van het Stadhuis. | 412 | - |
Diverse | ||
Afwijkingen individueel lager dan € 100.000 | 42 | -48 |
Totaal | 2.230 | -103 |
Voorziening Regeling voor Vervroegde Uitdiensttreding (RVU)
In 2025 heeft een onttrekking uit de voorziening RVU plaatsgevonden. Deze onttrekking van € 55.021 leidt tot hogere baten, alsmede hogere lasten door uitbetaling aan de medewerkers die gebruikmaken van de RVU-regeling. Daarnaast is er in deze Najaarsnota een dotatie van € 172.139 aan de voorziening RVU opgenomen.
Vervanging inventaris Datacentrum Visserijweg (krediet € 500.000)
Het bouwrijp maken van de kavel van de nieuwe Werf en Milieustraat is in volle gang. De aanbesteding van de gebouwen en het terrein loopt. Bij het uitwerken van de plannen is duidelijk geworden dat de vervanging van de inventaris van het datacentrum op De Koog naar de nieuwe locatie niet is geraamd. U wordt gevraagd hier een krediet van € 500.000 voor beschikbaar te stellen. De kapitaallasten bedragen € 69.500 en zullen worden gedekt binnen de budgetten van het overzicht overhead.
Vervanging verbinding tweede datacentrum (krediet € 250.000)
Voor de verbinding van het gemeentehuis met het tweede datacentrum wordt een verbinding gelegd van De Koog naar de Visserijweg. Om weer een volledig up-to-date verbinding te krijgen, is het nodig om een volledig nieuwe kabel aan te leggen. U wordt gevraagd hiervoor een krediet van € 250.000 beschikbaar te stellen. De kabel wordt in 10 jaar afgeschreven. De kapitaallasten bedragen € 28.500 en kunnen worden gedekt binnen de budgetten van het overzicht overhead.
Er wordt in deze Najaarsnota nog geen rekening gehouden met de vennootschapsbelasting over het jaar 2024 en 2025. De vennootschapsbelasting over 2024 wordt in de jaarrekening 2025 opgenomen. De aangifte 2024 wordt momenteel berekend en de verwachting is dat deze in het vierde kwartaal wordt ingediend.
Onlangs hebben wij de definitieve aanslag vennootschapsbelasting over 2020 van de voormalige gemeente Beemster ontvangen. Op basis van deze aanslag hebben we een bedrag van € 1.052.756 terugontvangen. Er was rekening gehouden met een terugontvangst van € 837.026. Derhalve een voordeel van € 215.730.