In onderstaande tabel staan alle bijstellingen ten opzichte van de Programmabegroting 2025. In de hoofdstukken die hierop volgen wordt verder ingegaan op wat dit betekent voor de programma’s en de financiële overzichten.
Tabel bijstellingen 2025 ten opzichte van de primitieve begroting 2025
De programma's: | Primitieve begroting 2025 | Mutaties Voorjaarsnota 2025 | Voorjaarsnota 2025 (wijziging 1 t/m 12) | Mutaties Najaarsnota 2025 | Bijgestelde begroting 2025 (wijziging 1 t/m 16) |
PGR01 Publieksdiensten | 3.761 | 617 | 4.379 | -565 | 3.814 |
PGR02 Samenleving | 142.622 | 7.817 | 150.439 | 5.661 | 156.100 |
PGR03 Wonen | 990 | 282 | 1.272 | 726 | 1.998 |
PGR04 Milieu | -1.264 | 2.614 | 1.350 | -742 | 607 |
PGR05 Bereikbaarheid | 1.859 | 1.086 | 2.945 | -568 | 2.377 |
PGR06 Beheer openbare ruimte | 26.818 | 942 | 27.760 | 343 | 28.103 |
PGR07 Ruimtelijke ordening | 4.083 | 2.955 | 7.037 | 885 | 7.923 |
PGR08 Veiligheid | 13.081 | 112 | 13.193 | 312 | 13.505 |
PGR09 Economie | 2.408 | 553 | 2.961 | -209 | 2.752 |
PGR10 Bestuur & concern | 5.965 | 154 | 6.119 | 3 | 6.122 |
Subtotaal programma's | 200.324 | 17.131 | 217.455 | 5.845 | 223.301 |
Financiële overzichten: | |||||
Algemene dekkingsmiddelen | -241.448 | -10.292 | -251.739 | -8.378 | -260.118 |
Overhead, Vpb en onvoorzien | 32.914 | 2.445 | 35.359 | 1.911 | 37.270 |
Subtotaal financiële overzichten | -208.534 | -7.847 | -216.381 | -6.467 | -222.848 |
Resultaatbestemming en reservemutaties: | |||||
Bestemmingsreserves | 990 | 1.146 | 2.136 | 2.202 | 4.338 |
Algemene reserve | 5.511 | -9.953 | -4.441 | 3.500 | -941 |
Subtotaal reserves | 6.502 | -8.807 | -2.305 | 5.702 | 3.396 |
Totaal financieel resultaat Najaarsnota 2025 | -1.708 | 478 | -1.231 | 5.080 | 3.849 |
Voordelig | Nadelig | Voordelig | Nadelig | Nadelig |
Zoals in de inleiding is gemeld, is het algemeen bijgestelde beeld over 2025 negatief. De belangrijkste oorzaken boven de € 1 miljoen worden hieronder op hoofdlijnen toegelicht.
De mei- en septembercirculaire leveren in 2025 een incidenteel voordeel van € 6,1 miljoen op voor de gemeente. Dit positieve resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door ruimte onder het BCF-plafond, de vrijval van de reservering voor het herijkingsonderzoek van het gemeentefonds, de ontwikkeling van het accres (voor loon- en prijsbijstellingen), een toename in de maatstaf lage inkomens met drempel, en de financiële effecten van de commissie Van Ark op het gebied van jeugdzorg. Het structurele effect van de meicirculaire is meegenomen in de Programmabegroting 2026, het structurele effect van de septembercirculaire is negatief en wordt meegenomen in deze Najaarsnota.
De investeringen zijn geherfaseerd op actuele plannen en de financieringsbehoefte is opnieuw bepaald en laten een gezamenlijk voordeel zien van bijna € 2,9 miljoen. We hebben aan de hand van de jaarrekening 2024 het investeringsschema voor 2025 geactualiseerd. Door het herfaseren van de investeringen ontstaat er een financieringsvoordeel op de leningenportefeuille voor de jaren tot en met 2026. Voor de jaren daarna geldt dat met het huidige investeringsprogramma investeren duurder wordt. Door vertragingen in de uitvoering en fasering, gecombineerd met een groeiend investeringsvolume, ontstaat aanvankelijk een financieel voordeel. Dit slaat echter in latere jaren om in een nadeel door oplopende rente en indexatie.
Bij jeugdzorg zien we dat het aantal jeugdigen met een indicatie licht stijgt in 2025. Daarnaast neemt de trajectduur nog steeds toe wat langere trajecten tot gevolg heeft. Ook zijn de problemen complexer waardoor er intensievere en duurdere zorg nodig is. Dit beeld is en blijft, net als in de voorgaande jaren en ondanks alle inspanningen, zorgelijk. In de Programmabegroting 2025 was geen rekening gehouden met volume effecten, alleen met prijseffecten. De totale stijging op volume is voor 2025 circa € 5,3 miljoen. Daarnaast is er een klein voordeel op preventie en lokale inzet. Tezamen een nadelig effect van € 5,1 miljoen.
Het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) gemeentelijke gebouwen is herijkt op basis van recente inspecties en beleidsontwikkelingen. Deze actualisatie omvat zowel het planmatig als het dagelijks onderhoud. Het structurele effect is meegenomen in de programmabegroting. Het incidentele effect resulteert in een bijstelling van € 2,1 miljoen nadelig op het planmatig onderhoud. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door hogere kosten van de projecten Kaasmarkt, Kerktoren Middenbeemster en Klimaatinstallatie gemeentehuis. Daarnaast is het materiële budget met € 0,3 miljoen verhoogd, onder andere voor stijgende kosten op het gebied van huren, materialen en energie (zonnepanelen). Deze aanpassingen zijn noodzakelijk om de continuïteit van het onderhoud te waarborgen en verdere achterstanden in het beheer te voorkomen.
In het begrotingsadvies van de VNG van 20 mei 2025 is als tweede advies opgenomen:“Middelen terugwerkende kracht: benut het incidentele geld voor compensatie 2023 en 2024 via een stelpost om gaten in 2026 en 2027 te dichten of in te zetten in het jeugdstelsel”. Conform dit advies is in de concept-Programmabegroting 2026–2029 een voordeel van € 3,5 miljoen geraamd in het jaar 2027. Dit voordeel was echter bij de Voorjaarsnota 2025 geraamd ten gunste van het begrotingssaldo. Om die reden is het nodig het geraamde voordeel te storten in de algemene reserve: een begrotingsnadeel van € 3,5 miljoen.
De loonkostenbegroting is geactualiseerd op basis van de nieuwe cao voor gemeenten, die loopt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. In de oorspronkelijke Programmabegroting was rekening gehouden met een stijging van 3% voor cao- en werkgeverslasten. De feitelijke loonontwikkeling op basis van de cao-afspraken (2% per 1 april 2025 en 1,85% per 1 oktober 2025) valt echter lager uit dan geraamd. Dit levert een incidenteel voordeel op van € 163.000 in 2025. De vaste bezetting blijft binnen de afgesproken formatie. Tegelijkertijd is sprake van een overschrijding op de kosten voor externe inhuur, voornamelijk bij de open einde regelingen in het sociaal domein. De hogere inhuurkosten zijn deels het gevolg van ziekte, krapte op de arbeidsmarkt en het tijdelijk invullen van vacatures in afwachting van structurele formatie-uitbreiding. De verwachting is dat er een overschrijding is van € 1,9 miljoen op de inhuurkosten in 2025.
Onderstaande tabel geeft aan uit welke onderdelen het financieel resultaat over 2025 is samengesteld. Een nadere toelichting op deze (en alle overige) bijstellingen is te vinden in hoofdstuk 3 bij de financiële afwijkingen per programma en beleidsvelden.
Na de voorgestelde bijstellingen uit deze Najaarsnota 2025 (€ 5,1 miljoen nadelig) is de prognose van het rekeningsaldo voor 2025 € 3,8 miljoen nadelig.
Tabel voorgestelde bijstellingen Najaarsnota 2025 via begrotingssaldo
Voorgestelde bijstellingen Najaarsnota 2025 via begrotingssaldo | Programma | Voordeel | Nadeel |
Aanpassing leges burgerzaken | 01. Publiekdiensten | -201 | - |
Incidentele meerkosten tweede Kamerverkiezingen | 01. Publiekdiensten | - | 265 |
Definitieve afrekening 2025 BUIG-gelden | 02. Samenleving | -712 | - |
Actualisatie Jeugdzorg | 02. Samenleving | - | 5.098 |
Herziening Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) Spurd | 02. Samenleving | - | 125 |
Aanpassing vervoersuitgaven leerlingen | 02. Samenleving | -166 | - |
Indexering DUVO-gelden | 02. Samenleving | - | 178 |
Bijramen inhuurkosten mobiliteit | 05. Bereikbaarheid | - | 100 |
Actualisatie beheer openbare ruimte (watergeven, indexering en areaal groen en gronddepot) | 06. Beheer openbare ruimte | - | 920 |
Uitbreiding opvang Oekraïne Gemeentehuis Beemster | 07. Ruimtelijke ordening | -175 | - |
Incidentele meerkosten live cameratoezicht | 08. Veiligheid | - | 150 |
Hogere reclame opbrengsten | 09. Economie | -100 | - |
Actualisatie Meerjaren Investerings Plan (MIP) en financieringsmiddelen | Overzicht Algemene dekkingsmiddelen | -2.932 | - |
Uitwerking Mei- en Septembercirculaire | Overzicht Algemene dekkingsmiddelen | -6.134 | - |
Herziening winstuitkering 2025 De Beemster Compagnie (DBC) | Overzicht Algemene dekkingsmiddelen | - | 209 |
Definitieve aanslag 2020 VPB gemeente Beemster | Overzicht Algemene dekkingsmiddelen | -216 | - |
Bijstelling kosten Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) | Overzicht Overhead | - | 172 |
Begroting 2026- Twiske Waterland/Waterlandsarchief en Werkom | Diverse programma's | - | 427 |
Aanpassing vastgoedbeheer inclusief onderhoud (dagelijks en planmatig) | Diverse programma's | - | 2.437 |
Bijstelling personeelskosten: lonen (CAO), inhuur en vorming en opleiding | Diverse programma's | - | 1.703 |
Overige ontwikkelingen (kleiner dan € 100.000) | Diverse programma's | - | 431 |
Doorschuiven gelden jeugd (2023 -2024) Commissie van Ark naar 2027 | Resultaatbestemming | - | 3.500 |
Totaal voorgestelde bijstellingen Najaarsnota 2025 | -10.635 | 15.715 | |
Saldo voorgestelde bijstellingen Najaarsnota 2025 (wijziging 17) | Saldo nadelig | 5.080 |
Tabel opbouw prognose rekeningsaldo 2025
Bedragen x € 1.000 | Bedrag | V/N |
Stand primitieve begroting 2025 (besluit 1602003) | -1.708 | Voordelig |
1e wijziging primitieve begroting 2025 (Najaarsnota 2024 raadsbesluit 1603217) | -452 | Voordelig |
6e wijziging primitieve begroting 2025 (Formatie urgente opgaven jeugdzorg raadsbesluit 1606328) | 721 | Nadelig |
8e wijziging primitieve begroting 2025 (Tarief hulp bij huishouden raadsbesluit 1608468) | 236 | Nadelig |
12e wijziging mutaties Voorjaarsnota 2025 (raadsbesluit 1612041) | -28 | Voordelig |
Stand Voorjaarsnota 2025 | -1.231 | Voordelig |
17e wijziging: Bijstellingen Najaarsnota 2025 (raadsvoorstel 867377) | 5.080 | Nadelig |
Prognose rekeningsaldo 2025 | 3.849 | Nadelig |
Note: in dit overzicht zijn alleen de begrotingswijzigingen opgenomen met een financieel effect, om de tabel overzichtelijk te houden. |
Vanuit de financiële rechtmatigheid zijn er ook een aantal financieel-technische begrotingswijzigingen doorgevoerd die formeel door de raad moeten worden bekrachtigd, maar die geen gevolgen hebben voor het begrotingssaldo of de vastgestelde beleidsprestaties. Een voorbeeld is de toerekening van salarislasten aan de programma's/beleidsvelden of actualiseren van investeringskredieten ten laste van stelposten voor investeringen.
De kosten van inhuur bedragen tot en met september 2025 € 15,8 miljoen. Daarnaast is er tot en met september (voor heel 2025) voor een bedrag van ruim € 7,7 miljoen verplichtingen aangegaan. Totaal € 23,6 miljoen. Dit is 20% meer dan de prognose van de Najaarsnota 2024. Dit bedrag kan nog hoger uitvallen als er in het laatste kwartaal nog nieuwe verplichtingen worden aangegaan.
In de financiële verordening (artikel 5, lid 3) staat dat afwijkingen vanaf 5%, met een minimum van € 10.000, op investeringskredieten tot € 2 miljoen moeten worden toegelicht. Bij overschrijdingen op investeringskredieten vanaf € 2 miljoen geldt dat afwijkingen groter dan € 100.000 worden toegelicht. Daarnaast moet een aanvullende kredietaanvraag aan de raad ter goedkeuring worden voorgelegd. Hieronder vindt u de kredieten waar dit aan de orde is en waar instemming op wordt gevraagd:
Indexering herinrichting Slotplein € 149.601 in 2025 en € 17.373 in 2026.
Indexering kredieten Wagenweggebied voor 2025 en 2026 (€ 1.367.763):
Indexatie krediet vervanging riolering Wagenweggebied € 381.434 in 2025 en € 44.443 in 2026;
Indexatie krediet uitvoeringsprogramma Asfalt Wagenweggebied € 421.797 in 2025 en 49.146 in 2026;
Indexatie krediet uitvoeringsprogramma Elementen Wagenweggebied € 421.797 in 2025 en € 49.146 in 2026.
Tractiemiddelen: prijsverhoging investeringskrediet in 2025 met € 46.000 voor de aanschaf van een kleine haakarm. Daarnaast wordt een bedrag van € 70.000 aangevraagd in 2025 voor de vervanging van het dienstvoertuig Fiat Ducato, specifiek ingezet voor de begraafplaatsen.
Indexatie krediet Wheermolen Oost 2025 voor de jaren 2022-2025. De verhoging bedraagt € 3 miljoen en wordt gedekt uit de rioolheffing.
Indexatie krediet project Overwhere Zuid voor het niet indexeren in de jaren 2021-2025 alsmede markteffecten (zie toelichting op programma). De verhoging bedraagt € 10 miljoen (verdeeld over 2026-2028) en wordt gedekt uit de rioolheffing, stelpost loon- en prijscompenatie en de reserve IOR.
Voorbereidingskrediet 2025 voor de nieuwe sporthal de Karekiet € 250.000.
Ophogen bouwkrediet in 2026 voor de nieuwbouw IKC KlimOp onder gelijktijdige verlaging van het krediet grondkosten IKC KlimOp van € 1.000.000.
Op basis van de actuele voortgang blijkt dat het grootste deel van de werkzaamheden voor de verbouwing van P3 in 2025 zal worden afgerond. Hierdoor is de investering geherfaseerd: een bedrag van € 3.800.000 is verschoven van 2026 naar 2025.
Vervanging inventaris Tweede datacentrum Visserijweg in 2027 van € 500.000 (wordt gedekt uit de overhead);
Vervanging verbinding Tweede datacentrum in 2027 van € 250.000 (wordt gedekt uit de overhead);
Vervanging toegangsbeveiliging Milieustraat in 2027 van € 600.000 (wordt gedekt uit de afvalstoffenheffing).
Indexatie krediet hybride bad Leeghwaterbad € 475.000 in 2025. Dit wordt gedekt door een verlaging van onderstaande onderhoudskredieten voor het bestaande zwembad in 2025:
kredieten vervangen systeemplafonds en voegen- € 227.378;
krediet technische ruimte zwemwaterbehandeling -€ 247.622.
Eind september 2025 is in totaal circa € 41,1 miljoen uitgegeven aan investeringen; de verwachting is dat dit eind 2025 ongeveer € 50 miljoen zal zijn. Dat is voor Purmerendse begrippen een hoog investeringsvolume. Er was echter nog meer geraamd. In de financiering is hiermee rekening gehouden voor 2025. Daardoor wordt een rentevoordeel zichtbaar.
Voor de uitvoeringsplannen binnen Purmerend zien we dat een aantal activiteiten niet (geheel) zal worden uitgevoerd in 2025. Dat komt mede door de vaak omvangrijke taken (zoals uitvoering van taken in het kader van duurzaamheid), krapte op de arbeidsmarkt en de capaciteit van de organisatie in combinatie met het ambitieuze programma van een groeigemeente. Naast de overheveling van reguliere exploitatiebudgetten geldt dit ook voor uitgaven die ten laste van de reserves zijn geraamd. Hiervoor wordt in het raadsbesluit expliciet instemming gevraagd om deze budgetten over te hevelen naar volgende begrotingsja(a)ren.
Voorstellen voor budgetoverheveling zijn getoetst aan de volgende criteria:
Beleidsinhoudelijke noodzaak.
Inbedding in de werkplanning/jaarplan van het nieuwe ja(a)ren.
Effect op de voortgang/uitvoering van de reguliere werkzaamheden/activiteiten.
De overheveling heeft betrekking op incidentele budgetten.
In hoofdstuk 3 bij de programma's en in hoofdstuk 4 bij het onderdeel resultaatbestemming en reservemutaties worden de overhevelingen van budgetten nader toegelicht. De bedragen voor de budgetoverheveling zijn in de meeste gevallen nog een schatting. Bij het opmaken van de jaarrekening 2025 kunnen de werkelijke onderbestedingen (die leiden tot een budgetoverheveling) afwijken. De niet bestede middelen die niet zijn gereserveerd worden bij de jaarrekening worden toegevoegd aan de reserve budgetoverheveling of aan bestemmingsreserves.
Tabel financieel beeld Programmabegroting 2026-2029 na 3e wijziging primitieve begroting 2026.
Bedragen x € 1.000 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
Stand primitieve begroting 2026 (raadsbesluit 852392) | -1.690 | 3.659 | 14.006 | 18.031 |
1e wijziging: toekomstscenario's en dekkingsplan Programmabegroting 2026 (raadsbesluit 852392) | 1.471 | -3.659 | -1.074 | -789 |
2e wijziging: lokale heffingen 2026 (raadsbesluit 854781) | - | - | - | - |
3e wijziging: Najaarsnota 2025 (raadsvoorstel 867377) | -119 | -2 | 133 | 206 |
Stand begrotingssaldo na 3e wijziging op de primitieve begroting 2026 | -338 | -2 | 13.065 | 17.448 |
Voordeel | Voordeel | Nadeel | Nadeel |
In het weergegeven begrotingssaldo is rekening gehouden met zowel de eerste als tweede wijziging op de primitieve begroting 2026. Daarnaast zijn de effecten uit de Najaarsnota 2025 verwerkt, waaronder de ophoging van kredieten, de septembercirculaire en een budgetaanpassing in het leerlingenvervoer.
In de bijlage zijn de structurele effecten voor de periode 2026–2029 uit de Najaarsnota nader toegelicht. Ondanks deze aanvullingen blijft het begrotingsbeeld voor 2026 stabiel. De financiële uitgangspunten zoals vastgesteld in de oorspronkelijke begroting blijven ongewijzigd van kracht.