Voor u ligt de Najaarsnota 2025. Met deze nota legt het college van burgemeester en wethouders tussentijds verantwoording af aan de gemeenteraad over de voortgang in het realiseren van de doelstellingen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2025, evenals over de inzet van de daarvoor beschikbare middelen.
In deze nota wordt per programma ingegaan op de actuele stand van zaken en op de verwachte afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke planning voor 2025. Daarnaast biedt de nota inzicht in de voortgang van enkele belangrijke thema’s, waaronder de ontwikkeling van het jeugdbudget, de uitvoering van investeringsprojecten, het gemeentelijk vastgoed en de bedrijfsvoering van de gemeente Purmerend. Het structurele begrotingsbeeld blijft stabiel, ook na verwerking van de Najaarsnota 2025.
De Voorjaarsnota 2025 had een voordelig resultaat van € 1,2 miljoen. Na verwerking van de mutaties in deze Najaarsnota is het begrotingsresultaat 2025 € 3,8 miljoen nadelig. Deze verslechtering wordt met name veroorzaakt door incidentele mee- en tegenvallers.
In deze Najaarsnota worden de belangrijkste mee- en tegenvallers aan u gepresenteerd:
Omschrijving bijstelling | Bedrag |
|---|---|
Begrotingssaldo na Voorjaarsnota 2025 | -€ 1,2 miljoen |
| -€ 6,1 miljoen |
| -€ 2,9 miljoen |
| +€ 5,1 miljoen |
| +€ 2,4 miljoen |
| +€ 3,5 miljoen |
| +€ 1,7 miljoen |
| +€ 1,3 miljoen |
Begrotingssaldo na Najaarsnota 2025 | +€ 3,8 miljoen |
Het structurele begrotingsbeeld dat u gepresenteerd is bij de Programmabegroting 2026 wijzigt hiermee niet substantieel. Het blijft nodig om t.b.v. de Programmabegroting 2027 structurele maatregelen te inventariseren om het grote nadeel vanaf 2028 het hoofd te bieden.
Het beeld is dat ondanks het negatieve begrotingsresultaat het reservetotaal eind 2025 naar verwachting nagenoeg gelijk blijft aan dat van eind 2024. Wel stijgt de schuld door investeringen, maar minder dan begroot. De kapitaalkredieten zijn in de begroting geactualiseerd en geherfaseerd. U krijgt bij deze Najaarsnota enkele kredietwijzigingen voorgelegd. Er is sprake van een incidenteel rentevoordeel.
Aan de raad wordt tevens voorgesteld voor € 1,8 miljoen aan budgetten van 2025 over te hevelen naar 2026.
Bij de Najaarsnota wordt de 17e begrotingswijziging 2025 aan de raad voorgelegd. De bijstellingen die een effect hebben op 2026 en verder worden meegenomen als 3e wijziging op de Programmabegroting 2026. Op deze manier wordt 2026 gestart met de meest actuele stand van de budgetten.
In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven van de veranderingen van alle programma’s die leiden tot een toe- of afname van de begrotingsruimte.
In hoofdstuk 3 is een totaaloverzicht opgenomen van de veranderingen op de programma’s en de beleidsvelden. De stand tot en met de Voorjaarsnota 2025 is weergegeven. Alleen afwijkingen groter dan € 100.000 op de raming van individuele baten en/of lasten per programma- en beleidsveld, of een toezegging in eerdere berichtgeving, worden toegelicht. Risico’s worden apart benoemd als er nieuwe ontwikkelingen zijn. Dit geldt ook voor reserves, voorzieningen en kredieten.
In hoofdstuk 4 zijn de financiële overzichten weergegeven. Deze bestaan uit de ontwikkeling van de algemene dekkingsmiddelen, de overhead, onvoorzien en de vennootschapsbelasting (VPB). Ook wordt het resultaat en het verloop van de reserves verder toegelicht. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen veranderingen in de bestemmingsreserves en de algemene reserve.
In de bijlage is een totaaloverzicht opgenomen van de structurele effecten die voortvloeien uit deze Najaarsnota. De toe- of afname van de begrotingsruimte maakt onderdeel uit van de 3e wijziging op de primitieve begroting 2026.
Deze Najaarsnota volgt de vaste opzet. In de tabellen die we in deze Najaarsnota presenteren staan positieve bedragen voor lasten/nadelen en/of nadelen en negatieve bedragen voor baten en/of voordelen. Voor de volledigheid merken we op dat in de tabellen cijfers zijn opgenomen die afgerond zijn op duizendtallen. Hierdoor kan het voorkomen dat er bij (totaal)tellingen kleine afrondingsverschillen ontstaan.